Anna 1 t/m 3, een verbale analogieën test in drie delen

Afnametijd: 15 minuten voor deel 1, 15 minuten voor deel 2 en 20 minuten voor deel 3.

 

Informatie

Bij deze test moet u logische verbanden leggen. Elke opgave heeft de volgende vorm:

roos staat tot bloem als vink staat tot vogel

Het gaat hier om het leggen van de relatie. De roos is een soort bloem. En een vink is een soort vogel. De relatie tussen de eerste twee begrippen roos en bloem moet gelijkaardig zijn aan de relatie tussen het tweede koppel vink en vogel.

 

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom twee begrippen een relatie hebben. Bijvoorbeeld:

  • een hamer en een tennisracket zijn allebei gemaakt om te slaan
  • woede en blijschap zijn allebei emoties
  • rennen en bakken zijn allebei werkwoorden

 

U moet steeds het beste antwoord halen uit een viertal mogelijkheden. Hier volgt een voorbeeld:

... staat tot tennis als voetbal staat tot ...

A) volleybal - pingpongbal

B) bowlingbal - hockey

C) tennisbal - voetbal

D) tennisbaan - voetbalveld

 

Het beste antwoord is C : tennisbal staat tot tennis als voetbal staat tot voetbal.

In dit geval is de analogie dat het eerste deel een object is dat gebruikt wordt om de sport uit het tweede deel te beoefenen. Een tennisbal wordt voor tennis gebruikt en een voetbal wordt gebruikt om te voetballen.

Let op: In het goede antwoord  tennisbal staat tot tennis als voetbal staat tot voetbal heeft het woord voetbal dus twee verschillende betekenissen: de eerste keer is het de bal waar je tegenaan schopt en de tweede keer is het de naam van de sport zelf.

 

Waarom is C het beste antwoord?

De antwoorden A en D zijn niet juist. Tennis is een sport. Het juiste antwoord moet dus deze vorm hebben:

X staat tot sport X als Y staat tot sport Y. 

Het tweede deel moet een sport zijn. Daarom vallen de opties A (pingpongbal) en D (voetbalveld) af.

Antwoord B is niet een beter antwoord dan antwoord C. Bij optie B wordt wel een relatie gelegd tussen een sportobject en een sport. Maar het is niet de sport die bij het object hoort en dat is bij antwoordoptie C wel het geval.

 

Bij iedere opgave heeft u de mogelijkheid om te kiezen voor "ik weet het niet" als u het goede antwoord echt niet ziet. 

Zorg dat u de startcode en het dossiernummer bij de hand hebt, die moet u straks invullen.

U krijgt 15 minuten voor de 20 opgaven in deel 1. De tijd gaat in als u op de knop "Start" klikt.